QE: Draghi vs Wellink

QE: Draghi vs Wellink

Draghi van de ECB verlengt het QE programma tot september 2016, maar Wellink, oud president van De Nederlandsche Bank, vindt dit geen goed plan. Is Quantitative Easing nu goed- of slechtnieuws en waarom zijn ze het niet eens?

Zeven jaar na het knappen van de huizenbubbel in de VS en de Global Financial Crisis die daarna de wereldeconomie flink op de kop gezet heeft, lijkt de Fed aan de vooravond van een cyclus van monetaire verkrapping te staan.

De Eurozone is nog niet zo ver gevorderd in de cyclus en is nog niet eens halverwege van in dit voorjaar door de ECB gelanceerde QE programma. Waar het beleid van de ECB en daarvoor m.n. de Bundesbank gericht was op het voorkomen van teveel inflatie, is dat de afgelopen jaren verschoven naar het voorkomen van te weinig inflatie, of zelfs deflatie.

Die strijd lijken de centrale banken maar nauwelijks te winnen en de criticasters van het gevoerde beleid wijzen op ongewenste bijverschijnselen als een inflated asset bubble en betwijfelen de doelmatigheid van de enorme geldverruiming. Het beleid wordt in de volksmond dan ook niet voor niks “onconventioneel” genoemd.

Deflatie

Centrale banken hebben ook minder ervaring met deflatie. Recente voorbeelden zijn slechts De Grote Depressie in 1929 en de Lost Decade in Japan (1991-2000). De grote zorg bij deflatie is dat het leidt tot het uitstellen van uitgaven en op die manier economische groei afremt en dus zelfs tot een langdurige recessie kan leiden.

CPI 1922 - 1952

Een van de criticasters van het huidige ECB beleid komt uit een onverwachte hoek. Voormalig ECB bestuurder en ex-President van De Nederlandsche Bank Nout Wellink heeft zich kritisch uitgelaten over het beleid van Mario Draghi cum suis.
In een klassieke Bull versus Bear benadering zetten wij voor u de opvattingen van beide partijen tegenover elkaar. Wie hier de Bull is en wie de Bear laten wij aan u om te bepalen.

Mario Draghi (ECB):

Monetair beleid kan langjarige (seculaire) krachten die inspelen op de economie in de Eurozone niet beïnvloeden. Wat het wel kan, en moet, is reageren op zwakte in de totale vraagzijde van de economie, en de disinflatoire gevolgen daarvan. 
Sinds 2008 is dat het uitgangspunt geweest voor het monetair beleid. Inflatieverwachting, als component van de nominale lange rente, speelt daarbij voor de ECB een heel belangrijke rol gegeven haar mandaat van prijsstabiliteit. Dus toen de korte termijn rente tegen haar laagste effectieve grens opliep was er geen andere mogelijkheid dan onconventionele maatregelen te nemen om prijsstabiliteit te garanderen.

De huidige lage rente in de Eurozone is uiteindelijk het gevolg van zwakke seculaire trends gekoppeld met de cyclische gevolgen van een complexe schuldencrisis, welke nog eens verergerd is door een monetaire unie die structurele en institutionele tekortkomingen vertoont..

Nout Wellink:

Deflatie is goed voor de koopkracht. De ECB moet niet proberen om die deflatie te voorkomen omdat de diagnose verkeerd is. Hij denkt niet dat we langjarig in deflatie terechtkomen. Volgens Wellink is de angst dat consumenten hun aankopen uitstellen en bedrijven niet meer willen investeren niet terecht.

“Ik moet er niet aan denken dat de ECB erin zal slagen om het prijspeil met twee procentpunten omhoog te krijgen, terwijl er verder geen verbetering van de economische situatie is. Dan gaan we er allemaal 2% reëel op achteruit”
Ook zegt hij, met verwijzing naar de beurskoersen: “De omvang van het stimuleringsbeleid is zo groot dat je je serieus moet afvragen of hier het risicomanagement van de centrale banken niet aan het falen is”

Conclusie:

Waar de ECB zegt zich te richten op het voorkomen dat deflatieverwachtingen zich vanuit o.a. seculaire trends duurzaam manifesteren zegt Nout Wellink dat de ECB niet tegen deflatie als seculaire trend, zoals lagere prijzen door internetverkoop, moet strijden.

Wat opvalt is dat beiden het over iets anders hebben, nl deflatieverwachting (Draghi c.s.) versus huidige deflatie (Wellink). Wellink “verwacht” dat deflatieverwachtingen zich niet duurzaam zullen manifesteren maar geeft daar geen argumentatie bij. De ECB bestrijdt iets waar ze weinig recente praktische ervaring mee hebben.

Wie het gelijk aan zijn zijde heeft zal achteraf lastig aan te tonen zijn. Als de economie zich herstelt en de inflatie neemt weer toe kunnen beiden claimen gelijk te hebben gehad. Als een deflatoire spiraal tot een langdurige recessie leidt heeft de ECB gefaald en Wellink ongelijk gehad.