Nederlands Nieuws

Jens van Egmond van Cardano naar BlackRock

Fondsnieuws - Fri, 11/16/2018 - 13:49

Van Egmond's verantwoordelijkheid ligt bij het ontwerpen, ontwikkelen en ondersteunen van beleggingsoplossingen voor pensioenfondsen in Nederland.

BlackRock beheert al ruim 20 jaar LDI-mandaten in Europa, waaronder in Nederland. Het team werkt samen met pensioenfondsen gedurende het hele risicomanagementtraject, 'om het risico ten opzichte van de verplichtingen te optimaliseren'. 

Van Egmond komt over van Cardano Risk Management waar hij een aantal functies bekleedde in zowel Rotterdam als Londen. Hij is adviseur geweest van verschillende pensioenfondsen en heeft volgens BlackRock ruime ervaring met het structureren van LDI-strategieën en -fondsen voor klanten.

Behalve adviseur zit hij ook in het bestuur van een pensioenfonds, namelijk van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds. 

Categories: Nederlands Nieuws

ABN Amro Participaties zelfstandig verder als Capital A

Fondsnieuws - Fri, 11/16/2018 - 11:10

Een overnamebedrag wordt in het persbericht niet genoemd.

In het consortium zitten verder LGT Capital Partners, Five Arrows Secondary Opportunities en Bregal. Zodra de transactie is afgerond zal AAP haar activiteiten voortzetten onder de naam Capital A.

ABN stelt via het resterende minderheidsbelang wel betrokken te blijven bij de bestaande portefeuille. Daarnaast wordt de bank een hoeksteeninvesteerder in een nieuw fonds dat momenteel wordt opgericht.

Het verzelfstandigen van AAP sluit aan bij de strategische focus op traditionele bankrelaties en is in lijn met wat gangbaar is in de markt. De nieuwe structuur biedt naar de toekomst 'voor zowel AAP als ABN Amro meer flexibiliteit'.

AAP is een private equity manager die binnen ABN Amro werd geleid door Friso Janmaat en Marc Damstra. De focus ligt op investeringen in middelgrote Nederlandse bedrijfsactiviteiten in uiteenlopende sectoren. De participaties variëren van 5 miljoen tot 50 miljoen euro.

Het team heeft als standplaats Amsterdam en bestaat uit 11 ervaren investment professionals. De investeringen van AAP zijn een bescheiden deel van de totale private equity portefeuille van ABN Amro. De transactie heeft geen materieel effect op de resultaten van ABN Amro.

Categories: Nederlands Nieuws

Nieuw van Achmea, Amundi en Alken

Fondsnieuws - Fri, 11/16/2018 - 10:52

Achmea Investment Management biedt institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, vanaf heden de mogelijkheid om in groene obligaties te beleggen middels de lancering van een Green Bond Fund.

Het nieuwe fonds gaat van start met een kapitaal van 75 miljoen euro, afkomstig uit de eigen middelen van verzekeraar Achmea.

‘Met de lancering van het Green Bond Fund bieden we beleggers een investeringsmogelijkheid die concrete invulling geeft aan liquide impactbeleggingen’, zegt directievoorzitter Jacob de Wit van Achmea Investment Management in een toelichting.

‘De Green Bonds dragen bij aan emissiereductiedoelstellingen, het financieren van de energietransitie en het aanpassen van de leefomgeving.’

De markt voor Green Bonds is de afgelopen jaren snel gegroeid en heeft wereldwijd een omvang van ruim 210 miljard euro. Green Bonds zijn steeds vaker een vast onderdeel van de vastrentende beleggingsportefeuille, aldus de asset manager, die een eigen onafhankelijk raamwerk gebruikt om vast te stellen dat de opbrengsten van Green Bonds ook echt worden aangewend voor groene projecten.

Dit raamwerk is gebaseerd op de internationale richtlijnen Green Bond Principles en het Climate Bonds Initiative.

Achmea Investment Management is overigens al sinds 2010 actief in Green Bonds en beheert inmiddels ruim 750 miljoen euro aan Green Bonds in diverse portefeuilles voor institutionele klanten.

Amundi

Amundi heeft zijn assortiment duurzame ETF’s uitgebreid. Het gaat om drie aandelen-ETF’s gebaseerd op de MSCI SRI-indices World, USA en Europe. De lopende kosten bedragen 18 basispunten per jaar. Een variant die belegt in opkomende markten volgt nog.

De nieuwe producten zijn een aanvulling op de Amundi ETF fixed income SRI range, met daarin twee ETF’s die de Bloomberg Barclays Euro en US corporate bonds indices volgen met gebruik van de MSCI SRI-methodologie. 

De lancering van de nieuwe fondsen past in het vorige maand aangekondigde, driejarige actieplan om het duurzame karakter van het beleggingsbeleid van Amundi verder te versterken.

Convertibles

Alken Asset Management heeft een fonds gelanceerd dat wereldwijd belegt in converteerbare obligaties en onder leiding staat van Antony Vallée en Robin Dunmall.

Er zit reeds 50 miljoen dollar in het fonds. Totdat het fonds een omvang van 300 miljoen heeft bereikt, geldt er een extra aantrekkelijk tarief (45 basispunten beheerfee, geen prestatievergoeding). De maximale capaciteit van het fonds is vastgesteld op 1,5 miljard dollar.

Het fonds belegt in 60 tot 90 ‘plain vanilla’ convertibles. Dus geen loans, ‘synthetics’ en coco’s. De stijl in bottom-up met een macro-overlay. Hoofd fixed income Vallée beheerde eerder een vergelijkbare strategie waarmee hij een duidelijke outperformance behaalde, aldus het fondshuis.

Categories: Nederlands Nieuws

S&P-bedrijven proberen met buy-backs koers te stutten

Fondsnieuws - Fri, 11/16/2018 - 10:15

Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven hebben de voorbije jaren al 4500 miljard dollar uitgegeven aan de inkoop van hun eigen aandelen, een bedrag dat groter is dan het programma voor monetaire verruiming van de Federal Reserve. De schuldpositie van het bedrijfsleven is wel flink gestegen. En daarmee loopt ook het risico op.

'Tijdens het afgelopen cijferseizoen hebben veel bedrijven hun aandeleninkoopprogramma's op pauze gezet', zegt beleggingsstrateeg Simon Wiersma van ING. 'Die inkoopprogramma's waren juist een belangrijke aanjager van de beurzen. Nu worden ze weer volop in gang gezet. Deze maand wordt naar verwachting een maand met veel terugkoopacties.'

De Verenigde Staten zijn in de ban van een buyback-gekte. Een greep uit de recente aankondigingen: IBM 4 miljard dollar, beursbedrijf ICE 2 miljard dollar, het pas net genoteerde Spotify 1 miljard dollar. Zelfs Warren Buffetts Berkshire Hathaway geeft 1 miljard dollar aan de eigen aandelen uit.

Dit jaar komt de teller voor bedrijven uit de S&P 500 naar verwachting uit op een recordbedrag van 770 miljard dollar, oftewel bijna de helft meer dan vorig jaar. Voor komend jaar zien de aandelenstrategen van Goldman Sachs dat bedrag nog verder oplopen, naar 940 miljard dollar. Daarmee is er geen uitgavepost die meer geld eist dan de inkoopprogramma's; van iedere euro in kas wordt 31 cent in de eigen aandelen gestoken.

Hogere winst per aandeel

De inkoopprogramma's zijn in de VS vele malen populairder dan in Europa. Ditmaal worden ze aangejaagd door de Federal Reserve en door Trump. De centrale bank heeft de afgelopen jaren de rente zeer laag gehouden, waardoor bedrijven met goedkoop geld hun eigen stukken konden inkopen.

De president verlaagde de belasting en gaf bedrijven de mogelijkheid vermogen van overzee terug te sluizen naar de VS. Mede hierdoor zijn techbedrijven lijstaanvoerder onder de terugkopers: Apple bijvoorbeeld gaf in de eerste negen maanden van het jaar ruim 60 miljard dollad uit aan Apple-aandelen.

Inkoopprogramma's zijn een fiscaalvriendelijke manier om overtollig kapitaal terug te geven aan de aandeelhouders. Die zien de koers van hun stukken gestut en doordat er minder aandelen uitstaan loopt ook de winst per aandeel op. Dat is ook in het belang van bestuurders van bedrijven, voor wie dat dikwijls een criterium is in de toekenning van hun variabele beloning.

Buyback-gekte

Sinds 2008 hebben de S&P-bedrijven al meer dan 4500 miljard dollar aan hun eigen aandelen besteed. Dat bedrag staat gelijk aan 30 procent van de toegenomen beurswaarde van die index in dezelfde periode, zo merkt JPMorgan op. Wel is een groot deel geconcentreerd in een beperkt aantal bedrijven, met Apple, Oracle en JPMorgan zelf als grootste terugkopers.

Ondanks de buyback-gekte waren de inkoopacties in oktober enigszins stilgevallen, omdat bedrijven in de 'stille periode' rond de publicatie van hun resultaten de pauzeknop hadden ingedrukt. Het werd veelvuldig als verklaring gegeven voor de zwakke maand die de aandelenbeurzen op Wall Street vervolgens hadden. Nu het cijferseizoen voorbij is, loopt het tempo weer op.

Aanzwellende kritiek

Maar tegelijkertijd zwelt ook de kritiek aan. Niet alleen zijn de waarderingen op Wall Street in historisch perspectief nog altijd hoog, waardoor de aandeleninkoopprogramma's duur en ineffectief zijn. Ook worden ze veelal gefinancierd door geld te lenen, waardoor de schuldposities zijn opgelopen. De nettoschuldratio van S&P 500-bedrijven is sinds 2006 opgelopen van 0,7 keer het brutobedrijfsresultaat naar 1,6 keer nu, aldus Goldman Sachs.

'Dat is een manier van inkopen waar je op langere termijn niet echt enthousiast van wordt', zegt ook Ivan Moen, die namens Optimix een Amerikaans aandelenfonds beheert. 'We vinden al een tijdje dat aandelen in de VS duur zijn, en door de hogere schulden wordt het ook riskanter als de rente begint op te lopen.'

Onderhuids risico

Desondanks ziet Moen de inkoophausse nog wel even doordraaien. 'Zolang de rente laag blijft, gaat dit door. De prikkels voor bestuurders zijn zo ingericht dat als ze de winst per aandeel kunnen verhogen, ze dat doen. Zolang de economie goed lijkt te draaien, zullen beleggers ook niet met de voeten stemmen omdat het risico te groot wordt. Zo blijven we dus onderhuids risico opbouwen.'

De oplossing ligt bij de middenweg die strateeg Andrew Lapthorne van Société Générale onlangs in een rapport voorstelde. 'Het is empirisch het beste als een bedrijf een terugkoopactie aankondigt, maar die vervolgens niet daadwerkelijk uitvoert.'

Copyright: Het Financieele Dagblad, 16 november 2018.

 

Categories: Nederlands Nieuws

SSGA: In 2019 gaat vrijwel alles naar een lager niveau

Fondsnieuws - Fri, 11/16/2018 - 10:06

De Amerikaanse asset manager raadt aan om meer focus te leggen op de kern van de beleggingen, gebruik te maken van factorpremies, kritisch naar de fees te kijken in relatie tot de toegevoegde waarde en te leveragen op de langere termijn. 

Tegelijkertijd houdt SSGA zijn klanten voor te diversifiëren naar regio’s, sectoren en aandelen, nu het vooral op positie aankomt. Ook denkt het Amerikaanse huis dat beleggers cash moeten aanhouden, omdat door de toenemende volatiliteit er telkens weer tactische kansen zullen komen. Wel moet gekeken worden naar de asymmetrie en moeten beleggingen in de portefeuille worden opgenomen die het neerwaartse risico afdekken. Ook wordt een hedge-overlay aanbevolen. 

SSGA vint vooral dat, ten opzichte van de dollar, het Britse pond, de yen, de Noorse Kroon en de Zweedse kroon zwaar overgewaardeerd zijn en dat een correctie mogelijk is. SSGA verwacht dat de dollar ook in 2019 sterk blijft, vanwege de onderliggende sterke fundamentals en de stijgende rente in de VS.

Bij sectoren adviseert SSGA te focussen op retail, waar sprake is van een omvangrijke disruptie van de markten die ook kansen biedt. Hetzelfde geldt voor farma en materialen

Het huis is enthousiast over Amerikaanse aandelen, een overweging is dn ook gerechtvaardigd, terwijl het verstandig is defensief te zijn ten aanzien van Europese aandelen, vanwege risico’s rond Brexit en Italië. Emerging markets biedt daarentegen een aantrekkelijke discount, omdat veel beleggers afgelopen tijd veel geld hebben teruggehaald naar de VS vanwege de stijgende rente. Daardoor zijn EM-aandelen, maar ook obligaties in lokale valuta, aantrekkelijk geprijsd.   

 

Categories: Nederlands Nieuws

Top 5 biotechfondsen: Nieuwkomer van CS aan kop

Fondsnieuws - Fri, 11/16/2018 - 09:56

In de lange aanloopfase naar eventueel succes wordt er door biotechbedrijven veel geld en tijd geïnvesteerd in onderzoek, maar de uitkomst ervan is een onzekere factor die een belegging maakt of breekt, schrijft Morningstar-analist Jeffrey Schumacher in deze bijdrage voor Fondnieuws. Bij succes en commercialisatie van een medicatie kunnen beleggers forse koerswinsten verwachten, maar bij een negatieve ontwikkelingen of het uitblijven van goedkeuring om het product op de markt te brengen kunnen de aandelen van biotechbedrijven fors worden afgestraft.

Euforie en desillusie liggen in de biotechsector dus dicht bij elkaar, wat zich vertaalt in een extreme dispersie in rendementen. Als we alleen al kijken naar de rendementen over de eerste 10 maanden van 2018 van de 191 bedrijven die deel uitmaken van de Nasdaq Biotechnology index, dan hebben beleggers in het bedrijf Endocyte hun vermogen bijna zien vervijfvoudigen, terwijl aandeelhouders van Vital Therapies 95 procent van hun inleg zagen verdampen.

De grote koerssprongen zorgen ervoor dat de variëteit in rendementen, uitgedrukt in de standaarddeviatie, behoort tot de hoogste onder de verschillende industriegroepen. Gemeten over de afgelopen drie jaar tot en met eind oktober bedroeg de jaarlijkse volatiliteit van de Nasdaq Biotechnologie index 22,8 procent tegenover 9,1 procent voor de MSCI World index.

De grilligheid van de sector werd in oktober nog eens onderstreept. De risk-off modus zorgde voor uitverkoop van onder andere biotechnologieaandelen. De fondsen die de top 5 uitmaken verloren gemiddeld genomen 11,3 procent in oktober, meer dan het dubbele van de MSCI World index.

Het selecteren van de juiste bedrijven is dus cruciaal. Het analyseren van klinische data, het therapeutische landschap, de karakteristieken van een medicijn en het goed kunnen inschatten van het marktpotentieel is doorslaggevend om in deze binaire sector het verschil te kunnen maken als fondsbeheerder.

'Fraai debuut'

De top 5 biotechfondsen in de Morningstar-categorie 'Aandelen Sector Biotechnologie', gebaseerd op het totaalrendement van 2018 tot en met oktober, wordt aangevoerd door Credit Suisse Global Digital Health, dat met een year-to-date rendement van 19,7 procent ver boven de andere fondsen uittorent.

Een fraai debuut voor het fonds dat onder leiding staat van Thomas Amrein en Christian Schmid en pas vorig jaar december werd gelanceerd. Het fonds richt zich op de kansen die digitalisering binnen de gezondheidssector biedt, bijvoorbeeld bij het analyseren van steeds meer en complexere informatiestromen, het preciezer en efficiënter maken van processen, ondersteuning van robots in de operatiekamer of methoden die dankzij technologie de zorgkosten kunnen verlagen.

Het fonds is daarmee een buitenbeentje in de categorie, omdat het dus niet uitsluitend in biotechnologiebedrijven belegt, maar een bredere blootstelling aan het thema biedt. Het fonds belegt in small- en mid-caps die een zo puur mogelijke blootstelling geven aan de thema’s en trends die de managers identificeren. De portefeuille bestaat uit ongeveer 60 posities, waarbij de grootste posities een behoorlijk rendement hebben gerealiseerd. Top 10 holdings Teladoc Health, BioTelemetry en DexCom zijn in 2018 in waarde verdubbeld.

Runner-up Polar Capital Biotechnology Fund wordt sinds de oprichting in November 2013 beheerd door David Pinniger, ondersteund door een team van vijf portefeuillebeheerders/analisten die meerdere gezondheidszorgportefeuilles beheren. Het fonds is met 50 aandelen redelijk geconcentreerd, waarbij de fondsmanager zowel top-down als bottom-up visies combineert om zijn portefeuille samen te stellen.

Pinniger heeft het universum verdeeld in verschillende buckets waarin bedrijven zitten met uiteenlopende karakteristieken, variërend van grote, gediversifieerde farmaceutische bedrijven tot toeleveranciers aan de industrie. De verschillende buckets hebben een uiteenlopend risiconiveau gemeten naar beta versus de Nasdaq Biotechnology index, waarbij Pinniger de allocatie naar de buckets aanpast gegeven de marktcondities. Over de jaren heen is de beta van de portefeuille stapsgewijs gereduceerd, wat Pinniger in oktober 2018 een duidelijk voordeel heeft gegeven. Het fonds verloor weliswaar 9,2 procent, maar realiseerde daarmee wel een outperformance van 320 basispunten in één maand ten opzichte van de Nasdaq Biotechnology index.

Rudy van den Eynde

Op de vierde plaats treffen we een fonds aan dat naar de mening van de analisten van Morningstar al geruime tijd zijn waarde voor beleggers heeft bewezen. Het met een Silver Morningstar Analyst Rating gewaardeerde Candriam Equities Biotechnology staat sinds oprichting in 2000 onder leiding van de zeer ervaren biotechnologiebelegger Rudy van den Eynde. Zijn aanpak kenmerkt zich door een bottom-up focus waarbij de portefeuille een balans is van enerzijds gevestigde namen en anderzijds kleine veelbelovende en innovatieve biotechbedrijven die zich doorgaans bevinden in Fase II van de klinische testen. Van den Eynde, ondersteund door twee analisten die uitgebreide ervaring hebben in de biotechnologie, zoekt op basis van een diepgaande analyse van de klinische data naar kansrijke mogelijkheden in de sector en gaat nauwgezet te werk in het onderzoeken van de karakteristieken en het commerciële potentieel van nieuwe medicaties.

Het fonds heeft een zeer consistent langetermijn track record opgebouwd, waarbij het in de afgelopen 10 kalenderjaren consequent in de bovenste helft van zijn Morningstar categorie wist te eindigen op basis van de behaalde rendementen. Op basis van voor risico gecorrigeerde rendementen behoort dit fonds tot de beste in de categorie. In 2018 blijft het fonds per eind oktober iets achter bij het categoriegemiddelde, wat mede veroorzaakt is door de sterke overweging van Tesaro, dat in 2018 63 procent aan waarde verloor.

Top 5 Biotechnologie

Rendementen tot en met oktober in procenten en geannualiseerd

Fonds ytd 3 jaar

CS Global Digital Health Equity Fund

19,74    -

Polar Capital Biotechnology Fund

  7,71   6,58

Invesco NASDAQ Biotech ETF

  3,46  -2,12

Candriam Equities Biotechnology

 -0,83  -0,71

UBS EF Biotech (USD)

 -1,38  -0,96

Bron: Morningstar

Dit artikel is een samenwerking van Fondsnieuws met Morningstar en gebaseerd op data van deze fondsenbeoordelaar. Bovenstaande is nadrukkelijk niet bedoeld als een aanbeveling tot het doen van transacties.

 

Categories: Nederlands Nieuws

'Hoogste tijd dat portfoliomethode op de schop gaat'

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 14:00

De klassieke efficiëntemarkttheorie waarbij alle informatie in de prijs is verwerkt, mist aansluiting met de reële economie, stelt Dirk Schoenmaker, professor Banking and Finance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. De moderne portfoliomethode verliest zich in diversificatie - beleg in alles een beetje - en maakt een louter financiële afweging tussen rendement en risico. ‘Beide zijn eenzijdig op financiële criteria gericht en hinderen ons als we echt duurzaam willen beleggen’, zegt hij. Schoenmaker schreef samen met  duurzaamheidsspecialist en portefeuillemanager Willem Schramade van NN Investment Partners de paper ‘Investing for Long-Term Value Creation’.

Dit onderzoek is niets minder dan een revolutie, een herbezinning op beleggingsuitgangspunten die niet langer effectief genoeg zijn. Schoenmaker: ‘We bieden een nieuwe manier van denken: een die teruggrijpt naar de reële economie, waar we als beleggers vervreemd van zijn geraakt.’ 

Schoenmaker en Schramade stellen dat de blik niet langer enkel op marktdata zoals aandelenprijzen kan zijn gericht, maar dat ook naar de bedrijven zelf gekeken zal moeten worden. ‘Wat de markt ons namelijk niet zegt, is welke bedrijven de transitie naar een duurzame economie maken’, stelt Schoenmaker. En precies daarin zit waardecreatie op lange termijn.

De vraag of ESG-beleggen extra beleggingsrendement oplevert, is nog steeds onderwerp van veel onderzoeken, weet ook Schoenmaker. ‘De resultaten zijn nog niet eenduidig. Maar als je als belegger gelooft dat de transitie naar een duurzame economie doorzet, dan wil je in die bedrijven zitten die daarop voorsorteren. Niet in bedrijven die kopje-onder zullen gaan met een strategie van status quo.’

Schoenmaker erkent dat beleggers op een visie vertrouwen en dat dit in de beleggingswereld niet zonder risico is. Ook in een duurzame wereld zijn er duurzame winnaars en verliezers. ‘Er is geen zekerheid of wind of zon wint, wat we wel weten is dat fossiel verliest.’ 

Nieuwe uitgangspunten

Volgens Schoenmaker heeft het bedrijfsleven al veel meters gemaakt op weg naar de andere economie. ‘Het is tijd dat beleggers aanhaken, door een stuk engagement, maar ook door de impact van de duurzaamheid van de strategie en het bedrijfsmodel van bedrijven te onderzoeken. Zijn die strategie en het bedrijfsmodel toekomstbestendig?’ Echt duurzaam beleggen is volgens Schoenmaker alleen mogelijk door fundamenteel onderzoek naar bedrijven zelf. ‘Je kunt veel factoren [zoals momentum, waarde en low volatility, red.] uit marktdata martelen, maar dat gaat je met duurzaamheid gewoon niet lukken.’

Schoenmaker wil een gedragsverandering bij beleggers stimuleren, een verschuiving van uitgangspunten. De kern is het eerder genoemde fundamentele onderzoek door beleggers. Welke bedrijven zijn bezig met de duurzame transitie en hoe zullen ze daar bedrijfseconomisch van gaan profiteren? ‘Hoe meer beleggers hiertoe overgaan, des te sneller zie je deze factor zichtbaar worden in de prijs. En dat zou goed nieuws zijn.’

Een dergelijke prijsvorming zal wel steeds gevoed moeten worden door voortdurend fundamenteel onderzoek, omdat de bedrijven zich steeds zullen aanpassen. Schoenmaker en Schramade noemen de nieuwe beleggingsaanpak ‘adaptive markets hypothesis’.

Deze theorie van MIT-professor Andrew Lo gaat ervan uit dat beprijzing van informatie in markten afhangt van het lerend vermogen van marktparticipanten. Dat betekent dat de mate waarin marktprijzen informatie bevatten over de duurzame transitie van bedrijven, grotendeels afhangt van de kwaliteit van en het aantal fundamentele beleggers dat onderzoek doet naar die transitie. Hoe meer informatie wordt vergaard en hoe meer beleggers dat doen, des te sneller komt die informatie in de marktprijzen. 

Beleggers zullen constant de vinger aan de pols moeten houden om de impact van ESG-bedrijfsbeleid te kunnen meten. De zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN) zijn daarbij een goed kader omdat ze een holistisch beeld bieden, stelt Schoenmaker. Daarmee zijn ze een beter sjabloon voor beleggers dan bijvoorbeeld alleen CO2-uitstoot. 

Er is nog veel onderzoek nodig naar hoe de SDG’s van de VN door beleggers en bedrijven omgezet kunnen worden in goede businesscases, erkent Schoenmaker. ‘Een leuke uitdaging voor studenten Finance.’ Voor beleggers is het echter niet verstandig om op een volledig uitgewerkte theorie te wachten. ‘Je hoort vaak de vraag of we niet te ver vooruitlopen op de klimaatagenda. Het antwoord is nee. Vooruitlopen geeft ons een competitief voordeel. Vergelijk het met de auto-industrie. Als ik nu een elektrische auto wil kopen, kan ik een Volvo vergeten. Tesla en Toyota, die kunnen leveren.’

Pionieren

Bedrijven kunnen hun voorsprong in de transitie naar een duurzame economie omzetten in hogere marges. ‘Uiteindelijk zullen we de SDG’s van de VN kunnen vertalen in termen als kasstroom en beurswaardering van bedrijven. Het punt is dat dit nu dus nog niet in de aandelenkoersen zit verwerkt.’ 

Volgens Schoenmaker kunnen institutionele beleggers zoals pensioenfondsen een ‘first mover advantage’ bereiken door tijdig op de ‘adaptive markets hypothesis’ over te stappen. Want het kan snel gaan. ‘Als morgen een CO2-taks van 100 dollar wordt ingevoerd, kan de kolencentrale naast Amsterdam wel sluiten en worden windmolenbedrijven in een klap veel meer waard.’ 

Schoenmaker: ‘Pensioenfondsen moeten wel afstand durven te nemen van de bredeportefeuillebenadering van “in alles een beetje”. Dat kan ook, want met vijftig tot honderd bedrijven in portefeuille heb je voldoende diversificatie te pakken, dat is empirisch bewezen (zie afbeelding). Nu kopen veel pensioenfondsen in feite de index.’

Vijftig tot honderd bedrijven is ook een overzichtelijk aantal dat een eigen analistenteam kan behappen. ‘Dat team selecteert de bedrijven en doet engagement. Zo krijg je ook geen ruis op de lijn, iets wat je nu veel ziet in lange investment-ketens. Hoge kosten? Niet echt. Een externe vermogensbeheerder, adviseur of andere experts zijn dan voor de grote pensioenfondsen niet altijd meer nodig. Kleinere pensioenfondsen kunnen voor geconcentreerde oplossingen terecht bij geavanceerde externe vermogensbeheerders. Hun toegevoegde waarde ligt dan vooral in transitieanalyse en engagement in geconcentreerde portefeuilles.’ 

Categories: Nederlands Nieuws

'Huidige portfoliomethode te eenzijdig'

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 14:00

De klassieke efficiëntemarkttheorie waarbij alle informatie in de prijs is verwerkt, mist aansluiting met de reële economie, stelt Dirk Schoenmaker, professor Banking and Finance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. De moderne portfoliomethode verliest zich in diversificatie - beleg in alles een beetje - en maakt een louter financiële afweging tussen rendement en risico. ‘Beide zijn eenzijdig op financiële criteria gericht en hinderen ons als we echt duurzaam willen beleggen’, zegt hij. Schoenmaker schreef samen met  duurzaamheidsspecialist en portefeuillemanager Willem Schramade van NN Investment Partners de paper ‘Investing for Long-Term Value Creation’.

Dit onderzoek is niets minder dan een revolutie, een herbezinning op beleggingsuitgangspunten die niet langer effectief genoeg zijn. Schoenmaker: ‘We bieden een nieuwe manier van denken: een die teruggrijpt naar de reële economie, waar we als beleggers vervreemd van zijn geraakt.’ 

Schoenmaker en Schramade stellen dat de blik niet langer enkel op marktdata zoals aandelenprijzen kan zijn gericht, maar dat ook naar de bedrijven zelf gekeken zal moeten worden. ‘Wat de markt ons namelijk niet zegt, is welke bedrijven de transitie naar een duurzame economie maken’, stelt Schoenmaker. En precies daarin zit waardecreatie op lange termijn.

De vraag of ESG-beleggen extra beleggingsrendement oplevert, is nog steeds onderwerp van veel onderzoeken, weet ook Schoenmaker. ‘De resultaten zijn nog niet eenduidig. Maar als je als belegger gelooft dat de transitie naar een duurzame economie doorzet, dan wil je in die bedrijven zitten die daarop voorsorteren. Niet in bedrijven die kopje-onder zullen gaan met een strategie van status quo.’

Schoenmaker erkent dat beleggers op een visie vertrouwen en dat dit in de beleggingswereld niet zonder risico is. Ook in een duurzame wereld zijn er duurzame winnaars en verliezers. ‘Er is geen zekerheid of wind of zon wint, wat we wel weten is dat fossiel verliest.’ 

Nieuwe uitgangspunten

Volgens Schoenmaker heeft het bedrijfsleven al veel meters gemaakt op weg naar de andere economie. ‘Het is tijd dat beleggers aanhaken, door een stuk engagement, maar ook door de impact van de duurzaamheid van de strategie en het bedrijfsmodel van bedrijven te onderzoeken. Zijn die strategie en het bedrijfsmodel toekomstbestendig?’ Echt duurzaam beleggen is volgens Schoenmaker alleen mogelijk door fundamenteel onderzoek naar bedrijven zelf. ‘Je kunt veel factoren [zoals momentum, waarde en low volatility, red.] uit marktdata martelen, maar dat gaat je met duurzaamheid gewoon niet lukken.’

Schoenmaker wil een gedragsverandering bij beleggers stimuleren, een verschuiving van uitgangspunten. De kern is het eerder genoemde fundamentele onderzoek door beleggers. Welke bedrijven zijn bezig met de duurzame transitie en hoe zullen ze daar bedrijfseconomisch van gaan profiteren? ‘Hoe meer beleggers hiertoe overgaan, des te sneller zie je deze factor zichtbaar worden in de prijs. En dat zou goed nieuws zijn.’

Een dergelijke prijsvorming zal wel steeds gevoed moeten worden door voortdurend fundamenteel onderzoek, omdat de bedrijven zich steeds zullen aanpassen. Schoenmaker en Schramade noemen de nieuwe beleggingsaanpak ‘adaptive markets hypothesis’.

Deze theorie van MIT-professor Andrew Lo gaat ervan uit dat beprijzing van informatie in markten afhangt van het lerend vermogen van marktparticipanten. Dat betekent dat de mate waarin marktprijzen informatie bevatten over de duurzame transitie van bedrijven, grotendeels afhangt van de kwaliteit van en het aantal fundamentele beleggers dat onderzoek doet naar die transitie. Hoe meer informatie wordt vergaard en hoe meer beleggers dat doen, des te sneller komt die informatie in de marktprijzen. 

Beleggers zullen constant de vinger aan de pols moeten houden om de impact van ESG-bedrijfsbeleid te kunnen meten. De zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN) zijn daarbij een goed kader omdat ze een holistisch beeld bieden, stelt Schoenmaker. Daarmee zijn ze een beter sjabloon voor beleggers dan bijvoorbeeld alleen CO2-uitstoot. 

Er is nog veel onderzoek nodig naar hoe de SDG’s van de VN door beleggers en bedrijven omgezet kunnen worden in goede businesscases, erkent Schoenmaker. ‘Een leuke uitdaging voor studenten Finance.’ Voor beleggers is het echter niet verstandig om op een volledig uitgewerkte theorie te wachten. ‘Je hoort vaak de vraag of we niet te ver vooruitlopen op de klimaatagenda. Het antwoord is nee. Vooruitlopen geeft ons een competitief voordeel. Vergelijk het met de auto-industrie. Als ik nu een elektrische auto wil kopen, kan ik een Volvo vergeten. Tesla en Toyota, die kunnen leveren.’

Pionieren

Bedrijven kunnen hun voorsprong in de transitie naar een duurzame economie omzetten in hogere marges. ‘Uiteindelijk zullen we de SDG’s van de VN kunnen vertalen in termen als kasstroom en beurswaardering van bedrijven. Het punt is dat dit nu dus nog niet in de aandelenkoersen zit verwerkt.’ 

Volgens Schoenmaker kunnen institutionele beleggers zoals pensioenfondsen een ‘first mover advantage’ bereiken door tijdig op de ‘adaptive markets hypothesis’ over te stappen. Want het kan snel gaan. ‘Als morgen een CO2-taks van 100 dollar wordt ingevoerd, kan de kolencentrale naast Amsterdam wel sluiten en worden windmolenbedrijven in een klap veel meer waard.’ 

Schoenmaker: ‘Pensioenfondsen moeten wel afstand durven te nemen van de bredeportefeuillebenadering van “in alles een beetje”. Dat kan ook, want met vijftig tot honderd bedrijven in portefeuille heb je voldoende diversificatie te pakken, dat is empirisch bewezen (zie afbeelding). Nu kopen veel pensioenfondsen in feite de index.’

Vijftig tot honderd bedrijven is ook een overzichtelijk aantal dat een eigen analistenteam kan behappen. ‘Dat team selecteert de bedrijven en doet engagement. Zo krijg je ook geen ruis op de lijn, iets wat je nu veel ziet in lange investment-ketens. Hoge kosten? Niet echt. Een externe vermogensbeheerder, adviseur of andere experts zijn dan voor de grote pensioenfondsen niet altijd meer nodig. Kleinere pensioenfondsen kunnen voor geconcentreerde oplossingen terecht bij geavanceerde externe vermogensbeheerders. Hun toegevoegde waarde ligt dan vooral in transitieanalyse en engagement in geconcentreerde portefeuilles.’ 

Categories: Nederlands Nieuws

'Beleggen moet weer om de bedrijven gaan’

FondsNieuws - Thema's - Thu, 11/15/2018 - 14:00

Beleggers moeten zich in plaats van op de markt weer echt op ondernemingen richten, zegt hoogleraar Dirk Schoenmaker. Het gaat er namelijk om welke bedrijven de transitie naar een duurzame economie maken.

Categories: Nederlands Nieuws

'Beleggen moet weer om de bedrijven gaan’

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 14:00

De klassieke efficiëntemarkttheorie waarbij alle informatie in de prijs is verwerkt, mist aansluiting met de reële economie, stelt Dirk Schoenmaker, professor Banking and Finance aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. De moderne portfoliomethode verliest zich in diversificatie - beleg in alles een beetje - en maakt een louter financiële afweging tussen rendement en risico. ‘Beide zijn eenzijdig op financiële criteria gericht en hinderen ons als we echt duurzaam willen beleggen’, zegt hij. Schoenmaker schreef samen met  duurzaamheidsspecialist en portefeuillemanager Willem Schramade van NN Investment Partners de paper ‘Investing for Long-Term Value Creation’.

Dit onderzoek is niets minder dan een revolutie, een herbezinning op beleggingsuitgangspunten die niet langer effectief genoeg zijn. Schoenmaker: ‘We bieden een nieuwe manier van denken: een die teruggrijpt naar de reële economie, waar we als beleggers vervreemd van zijn geraakt.’ 

Schoenmaker en Schramade stellen dat de blik niet langer enkel op marktdata zoals aandelenprijzen kan zijn gericht, maar dat ook naar de bedrijven zelf gekeken zal moeten worden. ‘Wat de markt ons namelijk niet zegt, is welke bedrijven de transitie naar een duurzame economie maken’, stelt Schoenmaker. En precies daarin zit waardecreatie op lange termijn.

De vraag of ESG-beleggen extra beleggingsrendement oplevert, is nog steeds onderwerp van veel onderzoeken, weet ook Schoenmaker. ‘De resultaten zijn nog niet eenduidig. Maar als je als belegger gelooft dat de transitie naar een duurzame economie doorzet, dan wil je in die bedrijven zitten die daarop voorsorteren. Niet in bedrijven die kopje-onder zullen gaan met een strategie van status quo.’

Schoenmaker erkent dat beleggers op een visie vertrouwen en dat dit in de beleggingswereld niet zonder risico is. Ook in een duurzame wereld zijn er duurzame winnaars en verliezers. ‘Er is geen zekerheid of wind of zon wint, wat we wel weten is dat fossiel verliest.’ 

Nieuwe uitgangspunten

Volgens Schoenmaker heeft het bedrijfsleven al veel meters gemaakt op weg naar de andere economie. ‘Het is tijd dat beleggers aanhaken, door een stuk engagement, maar ook door de impact van de duurzaamheid van de strategie en het bedrijfsmodel van bedrijven te onderzoeken. Zijn die strategie en het bedrijfsmodel toekomstbestendig?’ Echt duurzaam beleggen is volgens Schoenmaker alleen mogelijk door fundamenteel onderzoek naar bedrijven zelf. ‘Je kunt veel factoren [zoals momentum, waarde en low volatility, red.] uit marktdata martelen, maar dat gaat je met duurzaamheid gewoon niet lukken.’

Schoenmaker wil een gedragsverandering bij beleggers stimuleren, een verschuiving van uitgangspunten. De kern is het eerder genoemde fundamentele onderzoek door beleggers. Welke bedrijven zijn bezig met de duurzame transitie en hoe zullen ze daar bedrijfseconomisch van gaan profiteren? ‘Hoe meer beleggers hiertoe overgaan, des te sneller zie je deze factor zichtbaar worden in de prijs. En dat zou goed nieuws zijn.’

Een dergelijke prijsvorming zal wel steeds gevoed moeten worden door voortdurend fundamenteel onderzoek, omdat de bedrijven zich steeds zullen aanpassen. Schoenmaker en Schramade noemen de nieuwe beleggingsaanpak ‘adaptive markets hypothesis’. Deze theorie van MIT-professor Andrew Lo gaat ervan uit dat beprijzing van informatie in markten afhangt van het lerend vermogen van marktparticipanten. Dat betekent dat de mate waarin marktprijzen informatie bevatten over de duurzame transitie van bedrijven, grotendeels afhangt van de kwaliteit van en het aantal fundamentele beleggers dat onderzoek doet naar die transitie. Hoe meer informatie wordt vergaard en hoe meer beleggers dat doen, des te sneller komt die informatie in de marktprijzen. 

Beleggers zullen constant de vinger aan de pols moeten houden om de impact van ESG-bedrijfsbeleid te kunnen meten. De zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN) zijn daarbij een goed kader omdat ze een holistisch beeld bieden, stelt Schoenmaker. Daarmee zijn ze een beter sjabloon voor beleggers dan bijvoorbeeld alleen CO2-uitstoot. 

Er is nog veel onderzoek nodig naar hoe de SDG’s van de VN door beleggers en bedrijven omgezet kunnen worden in goede businesscases, erkent Schoenmaker. ‘Een leuke uitdaging voor studenten Finance.’ Voor beleggers is het echter niet verstandig om op een volledig uitgewerkte theorie te wachten. ‘Je hoort vaak de vraag of we niet te ver vooruitlopen op de klimaatagenda. Het antwoord is nee. Vooruitlopen geeft ons een competitief voordeel. Vergelijk het met de auto-industrie. Als ik nu een elektrische auto wil kopen, kan ik een Volvo vergeten. Tesla en Toyota, die kunnen leveren.’

Pionieren

Bedrijven kunnen hun voorsprong in de transitie naar een duurzame economie omzetten in hogere marges. ‘Uiteindelijk zullen we de SDG’s van de VN kunnen vertalen in termen als kasstroom en beurswaardering van bedrijven. Het punt is dat dit nu dus nog niet in de aandelenkoersen zit verwerkt.’ 
Volgens Schoenmaker kunnen institutionele beleggers zoals pensioenfondsen een ‘first mover advantage’ bereiken door tijdig op de ‘adaptive markets hypothesis’ over te stappen. Want het kan snel gaan. ‘Als morgen een CO2-taks van € 100 wordt ingevoerd, kan de kolencentrale naast Amsterdam wel sluiten en worden windmolenbedrijven in een klap veel meer waard.’ 

Schoenmaker: ‘Pensioenfondsen moeten wel afstand durven te nemen van de bredeportefeuillebenadering van “in alles een beetje”. Dat kan ook, want met vijftig tot honderd bedrijven in portefeuille heb je voldoende diversificatie te pakken, dat is empirisch bewezen (zie afbeelding). Nu kopen veel pensioenfondsen in feite de index.’

Vijftig tot honderd bedrijven is ook een overzichtelijk aantal dat een eigen analistenteam kan behappen. ‘Dat team selecteert de bedrijven en doet engagement. Zo krijg je ook geen ruis op de lijn, iets wat je nu veel ziet in lange investment-ketens. Hoge kosten? Niet echt. Een externe vermogensbeheerder, adviseur of andere experts zijn dan voor de grote pensioenfondsen niet altijd meer nodig. Kleinere pensioenfondsen kunnen voor geconcentreerde oplossingen terecht bij geavanceerde externe vermogensbeheerders. Hun toegevoegde waarde ligt dan vooral in transitieanalyse en engagement in geconcentreerde portefeuilles.’ 

Categories: Nederlands Nieuws

Marc van Heel voorzitter Belgische bank Argenta

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 13:09

Cerfontaine zal op de algemene vergadering van 26 april 2019 zijn mandaat als voorzitter van Argenta's raden van bestuur neerleggen. Hij is dan tien jaar in dienst geweest.

Marc van Heel werd in november 2017 al benoemd tot niet-uitvoerend bestuurder van de raden van bestuur en was ook al lid van het risicocomité de bank-verzekeraar.

Van Heel heeft ruim 30 jaar ervaring in directie- en bestuursfuncties bij internationale partijen als PIMCO, Goldman Sachs, BlackRock en JP Morgan. Zowel voor Goldman Sachs AM als voor Pimco was hij vooral op de institutionele markt actief.

Hij was ook hoofd van iShares Benelux en het Midden-Oosten. Vanaf  2016 was hij tevens adviseur voor De Nederlandsche Bank.

Categories: Nederlands Nieuws

Brexit-overeenkomst: Meer volatiliteit, pond sterker

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 13:01

Zo luidt de verwachting van Mike Amey, hoofd sterlingportefeuilles bij obligatiehuis Pimco.

In de concept-Brexit-overeenkomst staat een tussenoplossing voor de Ierse grens beschreven, mocht de definitieve handelsovereenkomst in december 2020 niet rond zijn. De douane-overeenkomst lost de kwestie-Ierland dan wel op, het roept óók nieuwe vragen op, benadrukt Amey. Heeft het Verenigd Koninkrijk zeggenschap over de wetgeving in de douaneovereenkomst? En hoe kan het VK deze eventueel verlaten?

De portefeuillehouder van Pimco rekent erop dat Conservatieve Partij en de Democratische Unionistische Partij uiteindelijk akkoord gaan. Dit omdat de overgangsovereenkomst voldoende ruimte biedt voor toekomstige onderhandelingen en de VK hiermee tot 2020 zijn verplichtingen jegens de EU-begroting zal nakomen. 

'Dat betekent niet dat de komende weken vrij van volatiliteit zullen zijn. De markt zal vooral kijken naar de reactie in Europa, terwijl men ook zal proberen te begrijpen hoe waarschijnlijk het is dat de overeenkomst in december door het Britse parlement wordt aangenomen. Er is ook het risico dat er iets misgaat tijdens de EU-VK-top, die naar verwachting eind november zal plaatsvinden.'

Staatsobligaties

Doorstaat de overgangsovereenkomst de politieke hindernissen, zal de Britse rente naar Amey's verwachting stijgen en Britse staatsobligaties minder zullen presteren ten opzichte van wereldwijde obligaties, omdat de onzekerheid op korte termijn dan is afgenomen.

'Nu de Britse economie op volle capaciteit draait en er tekenen zijn van stijgende lonen, verhoogt een Brexit-overeenkomst ook de kans dat de Bank of England de rente meer verhoogt dan momenteel door de markten wordt ingeprijsd - twee rentestappen in de komende twee jaar. Dit zou op zijn beurt het Britse pond ondersteunen.'

Mocht dat scenario uitkomen, verwacht Pimco dat de rentes op Britse bankleningen een deel van hun risicopremie ten opzichte van wereldwijde branchegenoten zullen inleveren. 'Waarschijnlijk zal niet alle Brexit-gerelateerde risicopremie verdwijnen, maar elke stap in de richting van een stabiel toekomstig handelsakkoord zal zeker helpen.'

Categories: Nederlands Nieuws

Brexit-overeenkomst: Meer volatilteit, sterker pond

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 13:01

Zo luidt de verwachting van Mike Amey, hoofd sterlingportefeuilles bij obligatiehuis Pimco.

In de concept-Brexit-overeenkomst staat een tussenoplossing voor de Ierse grens beschreven, mocht de definitieve handelsovereenkomst in december 2020 niet rond zijn. De douane-overeenkomst lost de kwestie-Ierland dan wel op, het roept óók nieuwe vragen op, benadrukt Amey. Heeft het Verenigd Koninkrijk zeggenschap over de wetgeving in de douaneovereenkomst? En hoe kan het VK deze eventueel verlaten?

De portefeuillehouder van Pimco rekent erop dat Conservatieve Partij en de Democratische Unionistische Partij uiteindelijk akkoord gaan. Dit omdat de overgangsovereenkomst voldoende ruimte biedt voor toekomstige onderhandelingen en de VK hiermee tot 2020 zijn verplichtingen jegens de EU-begroting zal nakomen. 

'Dat betekent niet dat de komende weken vrij van volatiliteit zullen zijn. De markt zal vooral kijken naar de reactie in Europa, terwijl men ook zal proberen te begrijpen hoe waarschijnlijk het is dat de overeenkomst in december door het Britse parlement wordt aangenomen. Er is ook het risico dat er iets misgaat tijdens de EU-VK-top, die naar verwachting eind november zal plaatsvinden.'

Staatsobligaties

Doorstaat de overgangsovereenkomst de politieke hindernissen, zal de Britse rente naar Amey's verwachting stijgen en Britse staatsobligaties minder zullen presteren ten opzichte van wereldwijde obligaties, omdat de onzekerheid op korte termijn dan is afgenomen.

'Nu de Britse economie op volle capaciteit draait en er tekenen zijn van stijgende lonen, verhoogt een Brexit-overeenkomst ook de kans dat de Bank of England de rente meer verhoogt dan momenteel door de markten wordt ingeprijsd - twee rentestappen in de komende twee jaar. Dit zou op zijn beurt het Britse pond ondersteunen.'

Mocht dat scenario uitkomen, verwacht Pimco dat de rentes op Britse bankleningen een deel van hun risicopremie ten opzichte van wereldwijde branchegenoten zullen inleveren. 'Waarschijnlijk zal niet alle Brexit-gerelateerde risicopremie verdwijnen, maar elke stap in de richting van een stabiel toekomstig handelsakkoord zal zeker helpen.'

Categories: Nederlands Nieuws

'Kansen liggen buiten Amerikaanse aandelen'

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 08:42

Dat stelt Franklin Templeton Investments donderdagochtend in een marktrapport. Het fondshuis ervaart veel meer moeite bij het vinden van waarde in Amerikaanse bedrijven en spreekt van een groeiend waarderingsgat tussen Amerikaanse en wereldwijde aandelen. 

'Dus terwijl we in de Verenigde Staten nog slechts enkele koopjes vinden, vinden we in het buitenland méér waarde', aldus de vier schrijvers van het rapport, bestaande uit portfoliomanagers en analisten.

Binnen Europa zijn dat bijvoorbeeld Britse multinationals die het grootste deel van hun inkomsten uit het buitenland halen. 'Het geplande vertrek uit de EU komend jaar is een risico dat moeilijk te analyseren is', beargumenteren de portefeuillebeheerders die keuze. 

'Ook geven we de voorkeur aan bedrijven met een defensief karakter, die minder snel beïnvloed worden door een economische vertraging.'

Europese financials

Daarnaast ziet Franklin Templeton Investments nog altijd kansen bij Europese financials. 'Uit onze analyse blijkt dat de winsten verbeterd zijn en de kredietverlening gestaag toeneemt. Bankbalansen zijn sterker en het overgrote deel van de inspanningen om te voldoen aan post-financiële-crisis regulering zijn verricht.'

Over die financials schrijft het fondshuis verder dat een minder verruimend beleid van de Europese Centrale bank positief kan werken voor de inkomsten van banken, aangezien hogere rentes zorgen voor hogere rentemarges. 'De recente zwakte in de Europese bankensector heeft gezorgd voor interessante waarderingen.'

Opkomende markten

Ook over sommige opkomende landen is het fondshuis positief, zoals China, Thailand, Zuid-Korea en Taiwan. 'Waar de fiscale en lopende rekening in goede vorm lijken te zijn.'

De analisten benadrukken dat de volatiliteit en kwetsbaarheid ín en ván opkomende markten nog altijd hoog is, en deze beleggingscategorie in het derde kwartaal flink wat tegenwind te verduren heeft gekregen. Opsommend: 'Een sterkere dollar, lagere liquiditeit door de stijgende rente in de VS, China's pogingen tot schuldafbouw en onzekerheid over de handel.'

'Vergeet niet dat opkomende markten rendementen hebben gehaald die behoren tot hun beste prestaties. Het verbaast ons niks dat een deel van die winst is teruggevallen.'

Categories: Nederlands Nieuws

Technologiebubbel lijkt steeds meer op dotcom-zeepbel

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 07:00

De koersen van technologieaandelen mogen in oktober dan wel wat zijn gezakt, dit jaar staat de Amerikaanse technologie-index Nasdaq nog steeds op een winst van 12 procent. Dat staat in schril contrast met de koersontwikkeling op de rest van de aandelenmarkt. Zonder de koerswinst van de technologie-aandelen zou de MSCI World Index zelfs in het rood hebben gestaan.

Wat de meeste aandelen die dit jaar goed presteren gemeen hebben, zijn hun hoge waarderingen. 'Bedrijven die verlies lijden of een koerswinstverhouding boven de 25 hebben, hebben dit jaar veruit het best gepresteerd op de beurs.'

De wereld op zijn kop, zou je zeggen. Maar zoiets hebben we eerder gezien, weet Smith. 'Inderdaad, de huidige populariteit van health care en technologiebedrijven is in veel opzichten een herhaling van wat er eind jaren negentig voorafgaand aan de dotcom-crash gebeurde.'

Net als toen zijn er wel heel veel bedrijven waarvoor extreme hoge verwachtingen zijn ingeprijsd. 'Maar in de praktijk zullen maar een paar bedrijven ook echt blockbusters worden,' zegt Smith. Natuurlijk zijn er ook verschillen met de jaren negentig. ’De dure technologiebedrijven van nu zijn inmiddels de grootste bedrijven ter wereld geworden, bedrijven die je als belegger vaak wel in je portefeuille moet hebben. Met de dotcom-stocks was dat niet zo. Dat waren toch vooral nog jonge, kleinere bedrijven die nog niets hadden bewezen.'

Grootste bubbel in small caps

De gelijkenis met de dotcom-bubbel is dus het sterkst in het small cap segment, wil Smith maar zeggen. 'De waarderingen van small cap bedrijven zijn nog veel extremer dan die voor large caps - vooral bij tech- en biotechbedrijven. Die maken vaak nauwelijks winst en hebben nog niets bewezen. Je ziet dat beleggers zich vastklampen aan korte periodes van winstgroei, of winstgroei vanaf heel lage niveau’s. Daar zitten de paralellen tussen 1999 en nu.'  

Dat de markt een te hoge premie zet op groeibedrijven, daar is Smith wel van overtuigd. Hoe lang die premie nog blijft ingeprijsd, is echter moeilijker te zeggen. Smith en veel van zijn collega’s roepen immers al een paar jaar dat technologiebedrijven veel te duur zijn geworden. Maar steeds blijkt dat het toch nog duurder kan.

Stijgende rente als spelbreker

'De markt kan soms langer irrationeel zijn dan je verwacht, maar uiteindelijk zal je zien dat de rationaliteit terugkeert,” denkt Smith. “Groeibedrijven hebben disproportioneel geprofiteerd van de lage rentes, en de verandering in de rentecyclus zal uiteindelijk de aanleiding blijken om die hoge waarderingen te herzien.'

De dotcom-crash voltrok zich inderdaad ook tegen de achtergrond van stijgende rentes, hoewel de Fed de rente nu veel minder snel laat oplopen dan ze eind jaren negentig deed.

Voorlopig blijft het in elk geval wachten op echt eens serieuze correctie. Grote Amerikaanse technologieaandelen verloren zo’n 10 procent in oktober, en small caps zelfs bijna twee keer zoveel. Maar afgelopen week is een groot deel van die verliezen alweer ongedaan gemaakt.

Daarom blijft het risicovol te speculeren op het einde van de tech bubble. De aandelenfondsen van AXA Rosenberg zijn overwogen in waarde-aandelen, die volgens Smith historisch gezien ten opzichte van groeiaandelen zelden zogoedkoop zijn geweest.

‘Maar tot nu toe is het een moeilijk jaar geweest voor ons, omdat value het slecht heeft gedaan.’

Smith klampt zich vast aan het lot van waardebeleggers tijdens de dotcom-bubble. ‘Die hadden het toen ook heel moeilijk. Maar beleggers die bleven vasthouden aan waarde zijn daar toen uiteindelijk voor beloond.’

Categories: Nederlands Nieuws

Dé vastgoedtrends volgens Skagen's M2-manager

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 06:00

Tijdens zijn bezoek aan Nederland verbaasde de fondsmanager van het Skagen M2 fonds zich er opnieuw over: de grote hoeveelheid opslagboxen langs de weg. In Utrecht bijvoorbeeld, waar het gesprek met Fondsnieuws plaatsvindt, is het een normale gang van zaken dat mensen met een klein appartement een opslagruimte huren voor de spullen die niet in hun huis passen.

‘Heel anders in Scandinavië, waar ik vandaan kom’, vertelt Gobitschek. Toch ziet hij ook vanuit daar de potentie van bedrijven die dit soort boxen verhuren, omdat gezinssamenstellingen sneller dan vroeger veranderen, huurprijzen hard zijn opgelopen, mensen steeds meer spullen kopen en grote steden alsmaar hoger op het woonverlanglijstje staan.

Shurgard

Half oktober stapte de portefeuillebeheerder dan ook in Shurgard, een bedrijf dat in Nederland 61 vestigingen met opslagboxen bezit. Voor 5 euro per maand kun je er een opslagruimte van enkele vierkante meters huren, voor 138 euro eentje groter dan 13 vierkante meter.

‘Je denkt er niet zomaar aan bij vastgoed, maar deze subsector van de logistieke vastgoedtak biedt mooie rendementen’, vindt Gobitschek. De beheerder toont een tabel waarin hij self-storage heeft afgezet tegenover andere vastgoedsectoren. Self-storage bood tussen 1994 en 2015 een gemiddeld jaarlijks rendement van 19 procent, waar kantoren bijvoorbeeld 14 procent opleverden.

Het aandeel Shurgard is sinds de IPO in oktober bijna 7 procent gestegen. Hierin heeft Gobitschek recent een nog klein belang genomen.

Self Storage Group

Een andere, beginnende speler op deze markt is Self Storage Group (SSG), een Noors bedrijf dat in oktober 2017 naar de beurs ging en nu een marktwaarde heeft van ongeveer 114 miljoen euro. Skagen m2 heeft ook een positie in dit aan Oslo genoteerde bedrijf. Het maakt zo’n 3 procent uit van de portefeuille van de Zweedse beheerder. Hoewel het bedrijf sinds de beursgang op een winst van ruim 18 procent staat, is dat sinds januari 2018 een minder rooskleurig percentage: 7,6 procent.

Gobitschek rekent erop dat er nog genoeg in het vat zit, met de stijgende huizenprijzen die mensen dwingen tot kleinere woonruimtes, de nog altijd stijgende consumptieprijzen en de ontwikkelingen dat ook startups de boxen gaan huren - als kantoorruimte.

De meer volwassen markten van Europa, Groot-Brittannië en Nederland, gaan Amerika achterna, zo voorspelt hij. Momenteel huren de Amerikanen een kleine vierkante meter per persoon, de Nederlanders en Britten houden het bij zo’n vijftig vierkante centimeter. In de minder ontwikkelde markten van Europa op dit gebied, zoals in Scandinavië, blijft de teller steken bij iets meer dan dertig vierkante millimeter.

Woningverhuur

Het tekort aan huizen, het tekort aan land, groeiende steden, groeiende consumtie en de toename van eenpersoonshuishoudens: mega-trends die dit soort bedrijven een duw geven, maar ook goed nieuws zijn voor bedrijven in de woningverhuur.

Vooral verhuurders in Berlijn en Stockholm worden enthousiast onthaald door de fondsbeheerder. Als voorbeeld schetst Gobitschek de situatie in de stad waar hij zelf woont, Stockholm. ‘Daar koop je een appartement voor 7.000, 8.000 euro per vierkante meter. En dan heb je nog servicekosten van 500 tot 1000 euro per maand. Een onhoudbare situatie, zeker voor mensen die alleen wonen. En kies je voor een huurappartement, dan sta je zo vijftien tot zestien jaar op een wachtlijst.’

Precies daarom heeft hij het bedrijf Hembla in portefeuille, een aandeel dat sinds het jaarbegin zo’n 28 procent is gestegen. Het bedrijf, eerder genaamd D. Carnegie & Co, vormt met 7,85 procent een van de grootste posities van het M2 fonds. ‘Ze kunnen de huren met 4 tot 5 procent per jaar verhogen en intussen bezuinigen op kosten. Dat levert veel op.’

Berlijn

Ook verhuurders in Berlijn doen goede zaken volgens de belegger die een positie heeft in het aandeel Deutsche Wohnen - hij kocht het ooit tegen een korting van 40 tot 50 procent. ‘De Berlijnse verhuurmarkt is uit een diep gat in de grond omhoog gekomen als je het hebt over huurontwikkeling en stijging van de waarde. Voor elk appartement dat in de verhuur komt, zijn zeker honderd gegadigden.’

Wat in de Duitse hoofdstad speelt is dat de prijs van grond er zó is gestegen, dat het niet meer rendabel is om er een huis te bouwen. Verhuurders richten zich voornamelijk op de aankoop van bestaande gebouwen en de verhuur daarvan, iets wat wél heel rendabel is volgens Gobitschek. Gecombineerd met de verwachting dat het tekort aan appartementen in Berlijn zal oplopen tot 400.000 in 2030 nu grote bedrijven neerstrijken in de stad, rekent hij op winst vanuit die hoek. Het aandeel Deutsche Wohnen staat sinds het jaarbegin 15 procent gestegen.

Gobitschek kan - zoals hij zelf zegt - nog uren praten over vastgoed. Maar hij vliegt zo terug naar Stockholm, de stad waar mensen hun huis uit worden geprijsd. Zijn eigen fonds staat sinds begin januari op een rendement van 0,56 procent, bijna 7 procent hoger dan de benchmark (-6,38 procent). Gemiddeld haalt het fonds over vijf jaar een rendement van 8,6 procent per jaar.

Categories: Nederlands Nieuws

Skagen: Aantrekkelijk rendement in opslagboxen

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 06:00

Tijdens zijn bezoek aan Nederland verbaasde de fondsmanager van het Skagen M2 fonds zich er opnieuw over: de grote hoeveelheid opslagboxen langs de weg. In Utrecht bijvoorbeeld, waar het gesprek met Fondsnieuws plaatsvindt, is het een normale gang van zaken dat mensen met een klein appartement een opslagruimte huren voor de spullen die niet in hun huis passen.

‘Heel anders in Scandinavië, waar ik vandaan kom’, vertelt Gobitschek. Toch ziet hij ook vanuit daar de potentie van bedrijven die dit soort boxen verhuren, omdat gezinssamenstellingen sneller dan vroeger veranderen, huurprijzen hard zijn opgelopen, mensen steeds meer spullen kopen en grote steden alsmaar hoger op het woonverlanglijstje staan.

Shurgard

Half oktober stapte de portefeuillebeheerder dan ook in Shurgard, een bedrijf dat in Nederland 61 vestigingen met opslagboxen bezit. Voor 5 euro per maand kun je er een opslagruimte van enkele vierkante meters huren, voor 138 euro eentje groter dan 13 vierkante meter.

‘Je denkt er niet zomaar aan bij vastgoed, maar deze subsector van de logistieke vastgoedtak biedt mooie rendementen’, vindt Gobitschek. De beheerder toont een tabel waarin hij self-storage heeft afgezet tegenover andere vastgoedsectoren. Self-storage bood tussen 1994 en 2015 een gemiddeld jaarlijks rendement van 19 procent, waar kantoren bijvoorbeeld 14 procent opleverden.

Het aandeel Shurgard is sinds de IPO in oktober bijna 7 procent gestegen. Hierin heeft Gobitschek recent een nog klein belang genomen.

Self Storage Group

Een andere, beginnende speler op deze markt is Self Storage Group (SSG), een Noors bedrijf dat in oktober 2017 naar de beurs ging en nu een marktwaarde heeft van ongeveer 114 miljoen euro. Skagen m2 heeft ook een positie in dit aan Oslo genoteerde bedrijf. Het maakt zo’n 3 procent uit van de portefeuille van de Zweedse beheerder. Hoewel het bedrijf sinds de beursgang op een winst van ruim 18 procent staat, is dat sinds januari 2018 een minder rooskleurig percentage: 7,6 procent.

Gobitschek rekent erop dat er nog genoeg in het vat zit, met de stijgende huizenprijzen die mensen dwingen tot kleinere woonruimtes, de nog altijd stijgende consumptieprijzen en de ontwikkelingen dat ook startups de boxen gaan huren - als kantoorruimte.

De meer volwassen markten van Europa, Groot-Brittannië en Nederland, gaan Amerika achterna, zo voorspelt hij. Momenteel huren de Amerikanen een kleine vierkante meter per persoon, de Nederlanders en Britten houden het bij zo’n vijftig vierkante centimeter. In de minder ontwikkelde markten van Europa op dit gebied, zoals in Scandinavië, blijft de teller steken bij iets meer dan dertig vierkante millimeter.

Woningverhuur

Het tekort aan huizen, het tekort aan land, groeiende steden, groeiende consumtie en de toename van eenpersoonshuishoudens: mega-trends die dit soort bedrijven een duw geven, maar ook goed nieuws zijn voor bedrijven in de woningverhuur.

Vooral verhuurders in Berlijn en Stockholm worden enthousiast onthaald door de fondsbeheerder. Als voorbeeld schetst Gobitschek de situatie in de stad waar hij zelf woont, Stockholm. ‘Daar koop je een appartement voor 70.000, 80.000 euro per vierkante meter. En dan heb je nog servicekosten van 500 tot 1000 euro per maand. Een onhoudbare situatie, zeker voor mensen die alleen wonen. En kies je voor een huurappartement, dan sta je zo vijftien tot zestien jaar op een wachtlijst.’

Precies daarom heeft hij het bedrijf Hembla in portefeuille, een aandeel dat sinds het jaarbegin zo’n 28 procent is gestegen. Het bedrijf, eerder genaamd D. Carnegie & Co, vormt met 7,85 procent een van de grootste posities van het M2 fonds. ‘Ze kunnen de huren met 4 tot 5 procent per jaar verhogen en intussen bezuinigen op kosten. Dat levert veel op.’

Berlijn

Ook verhuurders in Berlijn doen goede zaken volgens de belegger die een positie heeft in het aandeel Deutsche Wohnen - hij kocht het ooit tegen een korting van 40 tot 50 procent. ‘De Berlijnse verhuurmarkt is uit een diep gat in de grond omhoog gekomen als je het hebt over huurontwikkeling en stijging van de waarde. Voor elk appartement dat in de verhuur komt, zijn zeker honderd gegadigden.’

Wat in de Duitse hoofdstad speelt is dat de prijs van grond er zó is gestegen, dat het niet meer rendabel is om er een huis te bouwen. Verhuurders richten zich voornamelijk op de aankoop van bestaande gebouwen en de verhuur daarvan, iets wat wél heel rendabel is volgens Gobitschek. Gecombineerd met de verwachting dat het tekort aan appartementen in Berlijn zal oplopen tot 400.000 in 2030 nu grote bedrijven neerstrijken in de stad, rekent hij op winst vanuit die hoek. Het aandeel Deutsche Wohnen staat sinds het jaarbegin 15 procent gestegen.

Gobitschek kan - zoals hij zelf zegt - nog uren praten over vastgoed. Maar hij vliegt zo terug naar Stockholm, de stad waar mensen hun huis uit worden geprijsd. Zijn eigen fonds staat sinds begin januari op een rendement van 0,56 procent, bijna 7 procent hoger dan de benchmark (-6,38 procent). Gemiddeld haalt het fonds over vijf jaar een rendement van 8,6 procent per jaar.

Categories: Nederlands Nieuws

Trend in vastgoedbeleggen: Opslagboxen

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 06:00

Tijdens zijn bezoek aan Nederland verbaasde de fondsmanager van het Skagen M2 fonds zich er opnieuw over: de grote hoeveelheid opslagboxen langs de weg. In Utrecht bijvoorbeeld, waar het gesprek met Fondsnieuws plaatsvindt, is het een normale gang van zaken dat mensen met een klein appartement een opslagruimte huren voor de spullen die niet in hun huis passen.

‘Heel anders in Scandinavië, waar ik vandaan kom’, vertelt Gobitschek. Toch ziet hij ook vanuit daar de potentie van bedrijven die dit soort boxen verhuren, omdat gezinssamenstellingen sneller dan vroeger veranderen, huurprijzen hard zijn opgelopen, mensen steeds meer spullen kopen en grote steden alsmaar hoger op het woonverlanglijstje staan.

Shurgard

Half oktober stapte de portefeuillebeheerder dan ook in Shurgard, een bedrijf dat in Nederland 61 vestigingen met opslagboxen bezit. Voor 5 euro per maand kun je er een opslagruimte van enkele vierkante meters huren, voor 138 euro eentje groter dan 13 vierkante meter.

‘Je denkt er niet zomaar aan bij vastgoed, maar deze subsector van de logistieke vastgoedtak biedt mooie rendementen’, vindt Gobitschek. De beheerder toont een tabel waarin hij self-storage heeft afgezet tegenover andere vastgoedsectoren. Self-storage bood tussen 1994 en 2015 een gemiddeld jaarlijks rendement van 19 procent, waar kantoren bijvoorbeeld 14 procent opleverden.

Het aandeel Shurgard is sinds de IPO in oktober bijna 7 procent gestegen. Hierin heeft Gobitschek recent een nog klein belang genomen.

Self Storage Group

Een andere, beginnende speler op deze markt is Self Storage Group (SSG), een Noors bedrijf dat in oktober 2017 naar de beurs ging en nu een marktwaarde heeft van ongeveer 114 miljoen euro. Skagen m2 heeft ook een positie in dit aan Oslo genoteerde bedrijf. Het maakt zo’n 3 procent uit van de portefeuille van de Zweedse beheerder. Hoewel het bedrijf sinds de beursgang op een winst van ruim 18 procent staat, is dat sinds januari 2018 een minder rooskleurig percentage: 7,6 procent.

Gobitschek rekent erop dat er nog genoeg in het vat zit, met de stijgende huizenprijzen die mensen dwingen tot kleinere woonruimtes, de nog altijd stijgende consumptieprijzen en de ontwikkelingen dat ook startups de boxen gaan huren - als kantoorruimte.

De meer volwassen markten van Europa, Groot-Brittannië en Nederland, gaan Amerika achterna, zo voorspelt hij. Momenteel huren de Amerikanen een kleine vierkante meter per persoon, de Nederlanders en Britten houden het bij zo’n vijftig vierkante centimeter. In de minder ontwikkelde markten van Europa op dit gebied, zoals in Scandinavië, blijft de teller steken bij iets meer dan dertig vierkante millimeter.

Woningverhuur

Het tekort aan huizen, het tekort aan land, groeiende steden, groeiende consumtie en de toename van eenpersoonshuishoudens: mega-trends die dit soort bedrijven een duw geven, maar ook goed nieuws zijn voor bedrijven in de woningverhuur.

Vooral verhuurders in Berlijn en Stockholm worden enthousiast onthaald door de fondsbeheerder. Als voorbeeld schetst Gobitschek de situatie in de stad waar hij zelf woont, Stockholm. ‘Daar koop je een appartement voor 70.000, 80.000 euro per vierkante meter. En dan heb je nog servicekosten van 500 tot 1000 euro per maand. Een onhoudbare situatie, zeker voor mensen die alleen wonen. En kies je voor een huurappartement, dan sta je zo vijftien tot zestien jaar op een wachtlijst.’

Precies daarom heeft hij het bedrijf Hembla in portefeuille, een aandeel dat sinds het jaarbegin zo’n 28 procent is gestegen. Het bedrijf, eerder genaamd D. Carnegie & Co, vormt met 7,85 procent een van de grootste posities van het M2 fonds. ‘Ze kunnen de huren met 4 tot 5 procent per jaar verhogen en intussen bezuinigen op kosten. Dat levert veel op.’

Berlijn

Ook verhuurders in Berlijn doen goede zaken volgens de belegger die een positie heeft in het aandeel Deutsche Wohnen - hij kocht het ooit tegen een korting van 40 tot 50 procent. ‘De Berlijnse verhuurmarkt is uit een diep gat in de grond omhoog gekomen als je het hebt over huurontwikkeling en stijging van de waarde. Voor elk appartement dat in de verhuur komt, zijn zeker honderd gegadigden.’

Wat in de Duitse hoofdstad speelt is dat de prijs van grond er zó is gestegen, dat het niet meer rendabel is om er een huis te bouwen. Verhuurders richten zich voornamelijk op de aankoop van bestaande gebouwen en de verhuur daarvan, iets wat wél heel rendabel is volgens Gobitschek. Gecombineerd met de verwachting dat het tekort aan appartementen in Berlijn zal oplopen tot 400.000 in 2030 nu grote bedrijven neerstrijken in de stad, rekent hij op winst vanuit die hoek. Het aandeel Deutsche Wohnen staat sinds het jaarbegin 15 procent gestegen.

Gobitschek kan - zoals hij zelf zegt - nog uren praten over vastgoed. Maar hij vliegt zo terug naar Stockholm, de stad waar mensen hun huis uit worden geprijsd. Zijn eigen fonds staat sinds begin januari op een rendement van 0,56 procent, bijna 7 procent hoger dan de benchmark (-6,38 procent). Gemiddeld haalt het fonds over vijf jaar een rendement van 8,6 procent per jaar.

Categories: Nederlands Nieuws

De passie voor beleggen van Pim van Vliet

Fondsnieuws - Thu, 11/15/2018 - 05:00

Een lager risico betekent niet altijd een lager rendement. Voordat fondsmanager en hoofd conservatieve aandelen en kwantitatieve allocatiestrategieën Pim van Vliet in 2005 bij Robeco in dienst trad, deed hij uitgebreid onderzoek naar laag risico en kwam toen tot de conclusie dat dit misschien wel de grootste anomalie is in de op het Capital Asset Pricing Model gestoelde beleggingswetenschap. 

In het boek High Returns from Low Risk, dat hij samen met collega Jan de Koning schreef en dat onlangs in het Nederlands vertaald is als De Conservatieve Belegger, maakt hij dit ook voor een breed publiek duidelijk. Een geanimeerd gesprek met een gepassioneerde belegger van meer dan 20 miljard euro aan vermogen.

Waar komt uw passie voor beleggen vandaan? 
‘Mijn vader leerde me al vroeg het nut van sparen en beleggen. Met name de rente-op-renteformule is mij goed bijgebleven. Op 13-jarige leeftijd kocht ik mijn eerste beleggingsfonds. Al snel daarna ging ik ook beleggen in sectorfondsen en individuele aandelen en ten slotte ook in opties. 

Wat ik mooi vind aan beleggen, is dat je deelneemt aan de economie en dat je wat in de krant staat ook direct terugziet in je vermogen. Ook houd ik van de actie en snelheid. Daarnaast hield ik altijd al van rekenen, dus ik ontdekte al snel dat beleggen ontzettend leuk is. Al tijdens mijn studie Economie aan de Erasmus Universiteit was ik actief bij beleggingsclub B&R Beurs en werkte ik bij de bekende Rotterdamse vermogensbeheerder Simon Cohen.’

Wat is uw methodiek? 
‘Mijn persoonlijke ervaringen met beleggen waren gemengd. Sommige beslissingen pakten goed uit en andere minder goed. Ik merkte wel dat emoties een rol kunnen spelen bij beslissingen. Tijdens mijn studie maakte ik kennis met kwantitatief beleggen. Door het systematische volgen van regels kun je de markt verslaan. Dat was een ontdekking! Onder anderen professor Haugen schreef dat je door het simpel kopen van goedkope kwaliteitsaandelen met laag risico en goed momentum de markt kunt verslaan. Ik was verkocht. Mijn proefschrift ging hier ook over en ik kon de anomalieën in de aandelenmarkt maar deels verklaren met neerwaarts risico. 

Sinds ik bij Robeco werk volg ik de methodiek van kwantitatief beleggen, in samenwerking met de vele goede onderzoekers die ik er trof. Nu staat kwantitatief beleggen voor onze klanten in Nederland - en inmiddels over de hele wereld - op de kaart. Met deze beleggingsstijl doet Robeco mee met de wereldtop op dit gebied.’

Wat is het mooiste van beleggen?
‘Beleggen leert je heel veel over jezelf. Zo merk ik dat ik ook last heb van bekende vooroordelen als afgunst of overoptimisme. Als de markt hard stijgt en de Conservative Equities-fondsen blijven achter, dan baal ik daar toch best van, ook al weet ik dat dit gewoon is. En als de markten sterk dalen en Conservative Equities daalt minder sterk, dan baal ik ook, want dan was het eigenlijk beter als ik helemaal was uitgestapt. Het voelen van deze emoties maakt me bescheiden. 

Wat echt een kick geeft, is om uit de waan van de dag te stappen en te kijken naar de langetermijnresultaten. Die zijn namelijk erg goed. Immers, door het beperken van je verliezen doe je het op de lange termijn verbluffend goed. Wat ook een kick geeft is als een grote, prestigieuze asset owner jou kiest uit vele honderden managers, en dat die na 5 of 7 jaar nog steeds tevreden is. Of als een particuliere belegger mijn boek gelezen heeft en besluit een deel van zijn vermogen in Conservative Equities te investeren. Als een groot Amerikaans fondshuis met een imitatie van je fonds komt dan, is dat ook een groot compliment [BlackRock deed dat, red.].’

Wat is uw grootste mislukking?
‘Dat was toen ik als tiener besloot te beleggen in aandelen Fokker, een basisfout die ik ook in mijn boek beschrijf. Dat aandeel was erg volatiel. Het was een combinatie van zelfoverschatting en ongeduld die mij toen parten speelde. 

Een andere mislukking was te veel handelen in opties, waarbij ik door de transactiekosten maar weinig overhield, ook als mijn visie wel goed was. Van beide fouten heb ik geleerd. Ik geloof in ‘skin in the game’, dus beleg ik het overgrote deel van mijn vrije vermogen in de fondsen die ik beheer. Deze fondsen selecteren aandelen met een laag risico en houden deze

gemiddeld vier jaar of langer in portefeuille. Daarnaast zorgen de toezichthouders (DNB en SEC) er wel voor dat ik nu een buy-and-hold- belegger ben geworden.’

Wat doet u ernaast, en waarom?  
‘Ik ben buiten kantooruren veel met het christelijke geloof bezig en voel me verbonden met de pinksterbeweging en de Nederlands Hervormde Kerk. Ik geloof in het nut van goede en door de tijd beproefde leefregels, zoals de gouden ethische regel: heb je naaste lief als jezelf. Die is simpel maar zeer effectief. Het is echter nog niet zo eenvoudig om je er ook consequent aan te houden. 

Ook houd ik van geschiedenis, in het bijzonder financiële geschiedenis en kerkgeschiedenis. Daar lees ik graag een goed boek over. Maar ook The Economist lees ik al twintig jaar elke week, een prachtig blad met zeer uiteenlopende onderwerpen, die allemaal op de een of andere manier verbonden zijn met de economie of de markten.’

Dit artikel is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine 'Welke kant gaan de markten op?' dat op 14 november is verschenen.

Categories: Nederlands Nieuws

Michael Mooijer: De 7 lessen van Fugger

Fondsnieuws - Wed, 11/14/2018 - 16:29
Jakob Fugger

Jakob Fugger was een Duitse bankier die onder meer koningen, ontdekkingsreizigers, bisschoppen en pausen financierde. Deze zakenman vergaarde het grootste fortuin ooit. Fuggers kapitaal was op het moment van zijn overlijden in 1525 zo’n 400 miljard waard in huidige dollars, ofwel 2 procent van het Europese bbp op dat moment.

Zijn geld gaf de stem aan Karel V van Spanje en positioneerde hem een rijk zo groot als dat van Napoleon. Jakob Fugger speelde een soort van spindoctor in de verkiezing van 1519 voor de Romeinse keizer. Verder moedigde hij Maarten Luther aan om de 95 stellingen te schrijven en de Reformatie te starten.

De 7 lessen van Fugger zijn respectievelijk de volgende, welke u ook in deze tijd goede raad of advies kunnen geven afhankelijk van uw potentie natuurlijk.

Investeer als anderen bang zijn

Fugger investeerde in Hongaarse kopermijnen toen anderen bang waren voor een Turkse invasie. Door tegen de stroom in te gaan, haalde hij de koperhandel binnen, net zoals hij de grootste zilvermijn op aarde had vergaard. De Turken kwamen uiteindelijk, maar pas na de dood van Fugger.

Wees onmisbaar

Te groot om te falen is niet iets moderns. Fugger wist er alles van en gebruikte het in zijn voordeel. Hij had iets waarvan hij wist dat zijn schuldenaars niet zonder konden: het vermogen om snel te schakelen en grote bedragen te financieren. De geldnemers hielden niet van Fugger, noch van zijn voorwaarden, maar ze konden niet zonder hem.

Weet de feiten

Fugger begreep de waarde van goede informatie. Hij gaf gestalte aan 's werelds eerste nieuwsservice en gebruikte deze om meer te weten te komen over marktveranderende gebeurtenissen.

Keizer Maximiliaan (de grootvader van Karel V) vertelde de bankier ooit dat Henry VII hem wat goud had gestuurd als onderpand voor een lening om de Fransen te bevechten. Fugger weigerde de deal omdat zijn spionnen in Engeland hem vertelden dat de schepen nooit de haven verlieten.

Ken de cijfers

De Italianen vonden het dubbel boekhouden uit. Fugger was een van de eersten ten noorden van de Alpen om het in zijn voordeel te gebruiken. Hij voerde het kunstje op door een geconsolideerde balans op te stellen voor zijn vele bedrijven.

Hij was bovendien ook de eerste die accountants inschakelde om de activiteiten van filialen te controleren, zoals specifieke uitgavenposten.

Ga studeren

Fugger bracht jaren door als leerling in Venetië, de zakelijke hoofdstad van zijn tijd. Hij verwierf kennis, ervaring en connecties waar hij de rest van zijn leven van profiteerde.

Blijf kalm

Een Oostenrijkse bisschop was een van de grootste spaarders in zijn bank. Toen de bisschop in 1509 stierf, eiste de paus dat Fugger het geld onmiddellijk aan de kerk zou betalen. Fuggers geld zat vast in de mijnbouwprojecten en hij miste de liquiditeiten om aan die vraag te voldoen.

De intrekking of zelfs geruchten daarover, had hem vermoedelijk de kop gekost. In plaats van zich te laten ontmoedigen, liet Fugger het breed hangen om te doen alsof hij over ruime financiële middelen beschikte. Dit gaf hem de tijd om rustig te onderhandelen over de deal die hem redde.

Geef iets terug

Fugger is waarschijnlijk het meest bekend als de grondlegger van de Fuggerei, het eerste sociale woningbouwproject ter wereld. Hij vond dat iedereen die werkte een dak boven zijn hoofd verdiende: de huur kwam op een kwart van de marktrente. De Fuggerei bestaat nog steeds en is de grootste toeristische attractie in zijn geboorteplaats Augsburg.

Michael Mooijer is directeur bij Fresh Funds, het fondsenlabel van OHV Institutional Asset Management

 

 

Categories: Nederlands Nieuws

Pages

Subscribe to Bull versus Bear aggregator - Nederlands Nieuws